Aart van den IJssel

Biografie:

Adrianus (‘’Aart’’) van den IJssel werd op 17 december 1922 in Den Haag geboren. Hier was hij leerling aan de Vrije Academie o.l.v. Rudy Rooijackers en van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (1946-1949) o.l.v. Livinus van de Bundt, Theo van der Nahmer en Henk Meijer (tekenen en schilderen). Aart van den IJssel woonde en werkte vanaf 1954 in Voorburg. Hij was gehuwd met de kunstenares Ruth Salinger. Hij overleed in Voorburg 2 december 1983.
Van den IJssel was een toonaangevend avant-gardistische beeldhouwer en
behoort tot de pioniers van de naoorlogse beeldhouwkunst in Nederland. Hij is één van de avant-gardisten die een vrijere uitdrukkingswijze voorstonden, in een tijd dat de beeldhouwkunst nog bijzonder traditioneel was. Van den IJssel is een kunstenaar die zijn hele leven gefascineerd is geweest door de natuur: dieren, maar ook bladeren, dode vogeltjes, rotte peren en citroenen. Zijn eerste beelden maakte hij in hout en steen, al snel komt hij tot de conclusie dat hij zijn artisticiteit het beste kwijt kan met lassen, solderen, knippen en buigen van metalen. Zijn vele werken in opdracht gemaakt en het vrije werk getuigen ervan. Hij is dan vooral bekend geworden door beeldhouwwerken van insecten, ruiters en gepantserde paarden, gemaakt in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Door heel Nederland zijn beelden van Van den IJssel in de openbare ruimte aan te treffen. Naast beeldhouwer was hij actief als edelsmid en kunstschilder (olieverf en tempera), tekenaar (pen en aquarel) in zowel abstracte als figuratieve stijl.
Van den IJssel was lid van de Haagse Kunstkring, Pulchri Studio en de Haagse groepen Verve, Fugare en de Posthoorngroep en wordt gerekend tot de Nieuwe Haagse School. In 1953 werd hij lid van Sint Lucas in Amsterdam. Hij was gedurende de jaren vijftig in Voorburg lid van de artistieke werkgroep De Nieuwe Ploeg en organiseerde met Rooijackers en Jan Snoeck avant-gardistische 
exposities van non-figuratieve beeldhouwkunst. In 1961 kreeg hij de Jacob Marisprijs voor Tekenkunst, in 1971 de Jacob Hartogprijs en in 1973 de Hofwijckprijs. In 2004 werd een driejaarlijkse kunstprijs van de Gemeente Leidschendam-Voorburg, wegens zijn grote bijdrage aan de ontwikkeling van de beeldende kunst vanaf 1950, naar hem vernoemd.

Saskia Gras en Joop van der Stelt, ''Aart van den IJssel, Kwetsbaar gepantserd'', serie Haags Palet, deel 10, 2000
Scheen (1969/1970), deel II, p. 638
Jacobs 1993, deel L-Z, p. 661

RKD-nr. 40943