Adrianus Johannes Groenewegen (1874-1963)

Koeien in de wei

✓ verkocht
INFO
Techniek:
aquarel
Gesigneerd:
Rechtsonder: A.J. Groenewegen 96
Afm. zonder lijst:
26,5x42,5 xm
Afm. met lijst:
50x62 cm
Lijst:
eenvoudige, vergulde lijst
Aanwinst:
Off
Jaar:
1896
Artikel nr.:
P102

Wat een geweldige aquarellist A.J. Groenewegen is geweest blijkt wel uit deze vroege aquarel. In de ochtendnevel staat op de voorgrond aan de rand van een sloot een koe die naar een soortgenoot lijkt te loeien. Op de achtergrond zijn meer koeien te zien en een dorpje gehuld in de lichtrose ochtendhemel. Dromerig, een toppunt van rust.
 

Biografie Adrianus Johannes Groenewegen

Adrianus Johannes Groenewegen werd 1 mei 1874 in Rotterdam geboren. Hier volgde hij de kunstacademie, waarna hij in 1898 vertrok naar Den Haag om zich in 1922 definitief in het Brabantse Budel te vestigen. Hij overleed op 8 januari 1963 aan een longontsteking in een sanatorium het Limburgse Horn. Groenewegen was een impressionistische kunstschilder die werkte in navolging van de tradities van de Haagse School (hij wordt wel één van de laatste exponenten van die school genoemd). Hij schilderde maar heeft vooral naam gemaakt als aquarellist van weidelandschappen met vee. Daarnaast vervaardigde hij ook portretten, interieurs met boerenfiguren, dieren, stillevens en riviergezichten. Mijn grootvader, Pieter Scheen sr., heeft als kunsthandelaar veel van zijn werk verhandeld. Het oer-Hollandse werk van Groenewegen vond gretig aftrek in Engeland, Canada en de Verenigde Staten waar de eerste decennia van de vorige eeuw veel van zijn werk naar werd verscheept.     
In de niet-gepubliceerde memoires van mijn vader, Pieter A. Scheen, beschrijft hij hoe hij voor en tijdens de oorlog als assistent van mijn grootvader met veel kunstenaars uit die tijd kennismaakte: ‘’Later ging ik wel eens aquarellen ophalen bij de kunstenaar A.J. Groenewegen, die in Budel woonde. Zo zag ik hoe pittoresk die aardige en vriendelijk man huisde”. Uit de monografie van M. Couwenbergh blijkt dat dit in 1944 is geweest.

M. Couwenbergh, ‘’A.J. Groenewegen, Licht, leven en ruimte’’, Schiedam 2007 (monografie).
Scheen 1969/1970, deel I, p. 404; Scheen 1981, p. 179 (met afbeelding).
Jacobs 2000, deel 2, p. 595.
RKD-nr 34010