Betsy Westendorp-Osieck (1880-1968)

Chrysanten

✓ verkocht


Artikel nr.:
12066

Afmetingen:
35x43,5 cm.

Techniek:
olieverf op doek

Gesigneerd:
J.E. Osieck 14


Dit prachtige stilleven is gedateerd 1914 en ondertekend met haar meisjesnaam Osieck. Na haar huwelijk in 1917 ging zij ook de naam van haar man gebruiken: Betsy Westendorp-Osieck. Vrouwelijke kunstenaars eind 19e, begin 20e eeuw hadden het niet gemakkelijk. Vrouwen uit de betere standen werden in die tijd geacht niet buitenshuis te werken of geld te verdienen. Er op uit trekken om landschappen te schilderen werd niet gepast gevonden. De schilderessen van De Amsterdamse Joffers waren daarom veelal aangewezen op hun atelier en de onderwerpen waren dan ook meestal stillevens, portretten en interieurs. Charley Toorop (geboren in 1891) was in Nederland een van de eersten die hier mee brak en zich waagde aan ‘’mannelijke’’ onderwerpen.

Biografie Betsy Westendorp-Osieck

Johanna Elisabeth Osieck werd 29 december 1880 geboren in Amsterdam, waar zij in 1899 haar akte L.O.-tekenen behaalde aan de Dagtekenschool. Vervolgens kreeg zij les van de vijf jaar oudere Lizzy Ansingh (1902) om van 1903 tot 1908 haar opleiding af te ronden aan de Rijksacademie in de hoofdstad o.l.v. van onder meer prof. August Allebé. Op de Rijksacademie studeerde ze samen met een aantal vrouwelijke studenten, Lizzy Ansingh, Marie van Regteren Altena, Suze Robertson, Coba Ritsema, Ans van den Berg, Jacoba Surie, Nelly Bodenheim en Jo Bauer-Stumpff. De kunstcriticus Albert Plasschaert gaf de groep schilderende vrouwen de naam ‘’De Amsterdamse Joffers’’. In 1917 trouwde zij met mr. H.K. Westendorp. Betsy Westendorp-Osieck zou zich ontwikkelen tot een zeer knappe schilderes van voornamelijk stillevens en portretten. Zij schilderde, tekende (pen en pastel), aquarelleerde en etste in naturalistisch-koloristische trant, beïnvloed door het impressionisme. Zij bleef tot haar dood, 1 maart 1968, schilderen. Tijdens haar leven ontving zij vele prijzen en haar werk is te vinden in de collecties van diverse musea. In 1951 verscheen een biografie door H.F.E. Visser en in 1977 een boek “De Amsterdamse Joffers” van de hand van Adriaan Venema.

Scheen 1969/70 (deel II), p. 143-144; Scheen 1981, p. 388